Een afgestudeerde ICT-er gaat aan de slag als trainee op basis van een Traineeship Contract. Hij gaat aan het werk tegen een vergoeding per gewerkte dag, 26 vakantiedagen, een opleiding en begeleiding. Einddoel is een arbeidsovereenkomst.  Na zes maanden stopt de trainee en hij eist nabetaling van salaris op basis van het wettelijk minimumloon.

Iemand die behulpzaam is bij de ontruiming van een klooster mag van de paters een flinke hoeveelheid antieke stukken meenemen. Hij geeft het antiek aan zijn zoon. Vijftien jaar later verkoopt de zoon het antiek om in zijn levensonderhoud te voorzien. Volgens de Belastingdienst is dit belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Wat vindt de rechter?

Een manager wordt ziek en werkt twee jaar lang aan re-integratie. Na twee jaar krijgt hij geen WIA-uitkering, omdat hij volgens het UWV dan nog ongeveer 80% van zijn oude loon kan verdienen. Hij gaat weer aan het werk bij zijn werkgever, maar drie jaar later valt hij weer uit door ziekte. Na enkele maanden krijgt hij een brief dat de salarisbetaling stopt. Kan dat zomaar?

Een medewerker rijdt in een auto van de zaak. Hij heeft een Verklaring geen privégebruik ingediend. Daarom houdt de werkgever over de waarde van de auto geen loonheffing in. De Belastingdienst vraagt de kilometeradministratie op. Die maakt de medewerker achteraf op. Deze voldoet niet aan de eisen en naheffing volgt. De rechter komt eraan te pas.

In het kader van zijn echtscheiding heeft een man diverse procedures gevoerd tegen zijn ex. Alleen al voor procedures over partneralimentatie heeft hij € 30.000 advocaatkosten gemaakt. Een en ander heeft geresulteerd in een overeenkomst: over en weer zullen de ex-partners geen alimentatie verschuldigd zijn. Zijn de advocaatkosten aftrekbaar?

Een steigerbouwer in loondienst kreeg opdracht om steigermateriaal van de derde verdieping van een fabriekshal naar de begane grond te transporteren. Daarvoor heeft hij niet de lift, maar tegen de instructies in de hijskraan gebruikt. Hij raakt daarbij gewond en stelt de werkgever aansprakelijk.

Vanaf 2021 kunnen woningkopers die meerderjarig zijn en jonger dan 35 jaar gebruikmaken van de startersvrijstelling overdrachtsbelasting. Dat scheelt hen 2% van de aankoopprijs. De startersvrijstelling is eenmalig. Vanaf 1 april 2021 geldt voor de startersvrijstelling een woningwaardegrens van € 400.000. Voor kopers van 35 jaar en ouder en voor woningen boven de woningwaardegrens geldt een tarief van 2%. Voor beide regelingen geldt dat de koper zelf voor langere tijd in de woning moet gaan wonen. De Belastingdienst heeft twintig vragen over de toepassing van de nieuwe regels beantwoord.

Een psychiater heeft zijn fiscale onderneming voortgezet in BV-vorm. Zijn vrouw werkte al mee in de zaak en komt om fiscale redenen op de loonlijst van de BV,  voor € 6.200 per maand en een auto van de zaak. Ze doet enkel administratieve werkzaamheden. Op enig moment gaat het stel apart wonen. Vijf jaar later volgt een echtscheiding en dan zegt ook de BV de overeenkomst met de echtgenote op. Ze eist ruim € 250.000 aan billijke vergoeding, gefixeerde vergoeding, transitievergoeding en autokostenvergoeding.

Een aantal zelfstandige rentmeesters werken samen via een gezamenlijk gehouden BV. De BV fungeert met een gezamenlijke naam als vehikel voor facturatie en incasso. De omzet wordt per rentmeester gescheiden geadministreerd. Iedere rentmeester heeft in de BV een eigen soort aandelen en een strikt gescheiden eigen winstreserve. De rentmeesters lopen ondernemers- en debiteurenrisico. De Belastingdienst stelt dat van fiscaal ondernemerschap geen sprake is.

Een BV start een onderneming in de zoetwarenbranche. Het resultaat is en blijft waarschijnlijk marginaal. In de eerste maanden is het verlies ongeveer gelijk aan het salaris van de directeur-grootaandeelhouder (DGA).  Daarom vraagt hij aan de Belastingdienst om zijn arbeidsbeloning voor het komende jaar op nihil te mogen stellen. Dat mag niet. Het zou ten minste gelijk moeten zijn aan het minimum loon. De rechter komt eraan te pas.